uitgebreid
Items:
Totaal:
0
€ 0.00
View Cart Afrekenen
Nederlands | Dutch | HollandaisFrans | Français | FrenchEngels | English | Anglais Inloggen | Inschrijven  
 
 
 

 
wombats
a guide to love, loss &
1-CD €10.99
Buy Details

cash, johnny
american v:a hundred..
1-CD €10.25
Buy Details

elbow
seldom seen kid +3
1-CD €9.99
Buy Details

Tips
Van harte aanbevolen door VelvetMusic
GRANT, JOHN | queen of denmark
De naam John Grant deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, tot ik me realiseerde dat het hier gaat om de voormalige voorman van The Czars. The Czars maakten in de eerste jaren na de eeuwwisseling een drietal geweldige platen (Before ... But Longer uit 2000, The Ugly People Vs. the Beautiful People uit 2001 en Goodbye uit 2004). Het zijn platen die opvielen door de vreemde mix van stijlen (folk, country, psychedelica, dreampop, shoegaze, rock) en het imposante stemgeluid van John Grant. Het zijn platen die met name door de Britse muziekpers werden overladen met superlatieven en hadden moeten uitgroeien tot klassiekers, maar bij het grote publiek bleef de band uit Denver, Colorado, helaas vrijwel onopgemerkt. Sinds het uit elkaar vallen van The Czars bleef het lange tijd stil rond John Grant, die het bekrompen Denver gedesillusioneerd verruilde voor het bruisende New York, maar zich hier maar nauwelijks staande kon houden en vrijwel niet meer aan het maken van muziek toe kwam. Vorig jaar dook Grant echter samen met Midlake de studio in en dit resulteerde uiteindelijk in John Grant’s eerste soloalbum: Queen Of Denmark. Met Queen Of Denmark sluit John Grant een donkere periode uit zijn leven af. Het is een uiterst sombere plaat die slechts hier en daar een door Midlake te voorschijn getoverde zonnestraal laat zien. Queen Of Denmark is ver verwijderd van het veelzijdige en dynamische geluid van The Czars en heeft gedurende vrijwel de gehele speelduur een 70s gevoel en geluid, dat overigens niet naadloos aansluit op de muziek die Midlake op haar laatste maakt. De teksten van John Grant zijn op Queen Of Denmark gitzwart, maar in muzikaal opzicht is de plaat wat minder zwaar. Queen Of Denmark heeft een vol en hier en daar zelfs wat gepolijst geluid, waarin veel ruimte is gereserveerd voor strijkers en blazers. Het contrasteert prachtig met John Grant’s bijzondere stem en zijn uiterst sombere weerspiegelingen op zijn leven en de samenleving. In eerste instantie was ik wat teleurgesteld in de eerste soloplaat van John Grant, die de impact, de dynamiek en het avontuur van de drie Czars klassiekers moet ontberen en in eerste instantie verder wel erg zwartgallig overkomt, maar Queen Of Denmark is veel beter dan je na de eerste luisterbeurt zult vermoeden. Onder de sombere overpeinzingen van John Grant zit meer dan eens een vrijwel perfecte popsong verborgen. Hier en daar raakt het stevig aan het werk van Jeff Buckley, maar ik hoor ook wel raakvlakken met Rufus Wainwright en, met iets meer fantasie, met het werk van Harry Nilsson of Scott Walker. John Grant laat met Queen Of Denmark horen dat er leven is na The Czars. Hij doet dit met een eerste soloplaat die in eerste instantie wat zwaar op de maag ligt, maar al snel uitgroeit tot een kwalitatief hoogstaande plaat die hopelijk de voorbode is van heel veel moois. Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 20-04-2010
1-CD €18.57
Buy Details
JURADO, DAMIEN | saint bartlett
Het is inmiddels al weer een jaar of tien geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Damien Jurado. Na een buitengewoon lovend artikel in een aansprekend muziektijdschrift (het zal de Mojo of de Uncut geweest zijn), trof ik bij de lokale platenboer een klein stapeltje Damien Jurado platen aan, die ik uiteindelijk allemaal in huis zou halen. Buiten het merkwaardige Postcards en Audio Letters bleken het stuk voor stuk bescheiden meesterwerken, waarvan tien jaar na dato met name Rehearsals For Departure (1999) en Ghost Of David (2000) nog altijd aanspraak maken op een plekje in de koffer met cd’s die mee mag naar een onbewoond eiland. Het zijn niet de enige platen van Damien Jurado die strijden om een plekje in deze koffer, want ook de afgelopen jaren is de muzikant uit Seattle goed voor uitstekende platen. Sinds het uit 2006 stammende And Now That I'm In Your Shadow was het even wat rustiger rond Damien Jurado, maar met het deze maand verschenen Saint Bartlett bewijst Jurado dat hij het maken van prachtplaten nog altijd niet is verleerd. Damien Jurado maakte op zijn eerste platen vooral uiterst sobere en van melancholie overlopende lo-fi folk, maar de afgelopen jaren is het geluid van de Amerikaan flink geëvolueerd. Op Saint Bartlett heeft Damien Jurado een volgende stap in deze evolutie gezet door labelgenoot Richard Swift te strikken als producer. Swift is op zijn eigen platen niet vies van een wat voller geluid en heeft ook het geluid van Damien Jurado flink opgepoetst, zeker wanneer je het vergelijkt met het geluid op Jurado’s oudere platen. Met name in de eerste tracks klinkt Damien Jurado anders dan we van hem gewend zijn en lijkt het af en toe wel of hij wordt bijgestaan door The Flaming Lips, maar na een aantal tracks wordt Jurado toch weer steeds meer zichzelf en maakt hij als vanouds indruk met sobere en vaak wat beklemmende tracks. Het zijn deze tracks die uiteindelijk toch de meeste indruk op me maken. Het licht rammelende Kansas City laat misschien wel het duidelijkst horen waartoe Damien Jurado in staat is. Het is een typische Damien Jurado songs die je dwars door de ziel snijdt op een wijze waarop Jurado dat al eerder deed op Rehearsals For Departure en Ghost Of David. Luister naar Kansas City en je bent hopeloos verloren. Iedereen die de muziek van Damien Jurado nog niet kent, moet de vuurproef maar eens ondergaan met Kansas City. Iedereen die net als ik inmiddels al zo’n tien jaar verknocht is aan de muziek van de Amerikaan, kan tevreden concluderen dat Damien Jurado met Saint Bartlett één van zijn betere platen tot dusver heeft gemaakt. Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 09-06-2010
1-CD €15.90
Buy Details
ELSON, KAREN | ghost who walks
Tja, wat moeten we nu denken van The Ghost Who Walks, het debuut van het Amerikaanse topmodel Karen Elson? Resultaten uit het verleden geven zeker geen aanleiding tot optimisme. Hele hordes modellen en actrices hebben de afgelopen jaren geprobeerd een fatsoenlijke plaat te maken, maar het resultaat was over het algemeen niet om over naar huis te schrijven. Waarom zou het Karen Elson wel lukken om een plaat met enig bestaansrecht te maken? Het helpt misschien dat Karen Elson is getrouwd met Jack White van The White Stripes, die al eerder in staat is gebleken om andere muzikanten een zetje in de goede richting te geven. Ook het feit dat Karen Elson al eerder actief is geweest in nogal verschillende hoeken van het muzikale palet spreekt in haar voordeel. Laat ik er maar niet om heen draaien: Karen Elson heeft met The Ghost Who Walks een hele overtuigende plaat gemaakt. Een plaat die het absoluut verdient om onbevooroordeeld te worden beluisterd. Jack White tekende voor de productie van The Ghost Who Walks en trommelde wat muzikale vrienden op, maar het is vooral Karen Elson die indruk maakt op deze plaat. Elson beschikt over een fraai stemgeluid dat zowel dromerig als melancholisch klinkt en schrijft songs die iets met je doen. The Ghost Who Walks bevat een serie nogal verschillende songs. Karen Elson is niet vies van rock, maar draait ook haar hand niet om voor een aantal bloedstollende murder ballads of juist een honingzoet countrydeuntje of slaapliedje. Het zijn songs die door Jack White en trawanten bijzonder fraai zijn ingekleurd, maar het is Karen Elson die je keer op keer bij de strot grijpt. De meeste songs op The Ghost Who Walks hebben een bijna spookachtige sfeer en een 60s en 70s gevoel. Het is een geluid waarin de stem van Karen Elson uitstekend gedijt. The Ghost Who Walks doet me wel wat denken aan het eveneens door Jack White geproduceerde Van Lear Rose van Loretta Lynn, maar het debuut van Karen Elson heeft ook raakvlakken met de muziek van onder andere Paula Frazer, Mazzy Star, Tara Angell, PJ Harvey en Neko Case. Veel van de songs op The Ghost Who Walks kabbelen heerlijk voort en betoveren met psychedelisch aandoende klanktapijten (met name door de heerlijk aanzwellende orgeltjes), maar soms is de muziek van Karen Elson ook wel wat theatraal en begeeft ze zich voorzichtig op het terrein van The Dresden Dolls. Ik was direct onder de indruk van het debuut van Karen Elson en eigenlijk vind ik The Ghost Who Walks alleen maar beter worden. Het is jammer voor Jack White, maar zijn vrouw heeft een plaat gemaakt die veel en veel beter is dan de laatste van The Dead Weather. Het is makkelijk om het debuut van Karen Elson op basis van vooroordelen aan de kant te schuiven, maar geef The Ghost Who Walks een kans en je hoort een plaat van een bijna beklemmende schoonheid. Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 25-05-2010
1-CD €17.26
Buy Details
THORN, TRACEY | love and its opposite
Voor de oorsprong van mijn zwak voor Tracey Thorn moet ik terug naar 1984, toen ze samen met Ben Watt debuteerde als Everything But The Girl. Everything But The Girl’s debuut Eden bleek met een vleugje jazz en bossanova een ultieme zomerplaat, die tot op de dag van vandaag mee gaat. Eden dankte haar stevige impact voor een belangrijk deel aan Tracey Thorn’s zwoele vocalen; vocalen die je alles om je heen deden vergeten en de gevoelstemperatuur tot broeierige proporties opdreven. De stem van Tracey Thorn bleek een buitengewoon sterk wapen dat zo’n 10 platen mee ging, tot het doek voor Everything But The Girl rond 1999 viel. Deze platen waren overigens lang niet allemaal even sterk, maar naast Eden mogen ook Idlewild (1988), mijn persoonlijke favoriet Amplified Heart (1994) en het met invloeden uit de dance en triphop geïnjecteerde Walking Wounded (1996) inmiddels best klassiekers worden genoemd. Toen het einde voor Everything But The Girl daar was hervatte Tracey Thorn na enkele jaren ouderschapsverlof de solocarrière die ze eigenlijk al in 1983 was begonnen met het naar verluid bijzonder fraaie A Distant Shore (met een beetje geluk is de heruitgave uit 2002 nog wel te krijgen, al is het mij nog niet gelukt). Dit leverde in 2007 het uitstekende Out Of The Woods op; een plaat die ondanks het verstrijken der jaren bijna naadloos aansloot op de muziek die Everything But The Girl in haar laatste jaren maakte. Tracey Thorn’s nieuwe plaat, Love And Its Opposite, klinkt toch weer wat anders. De elektronische invloeden die op de laatste platen van Everything But The Girl en op Out Of The Woods zo nadrukkelijk aanwezig waren, zijn naar de achtergrond gedrongen en hebben plaats gemaakt voor een meer ingetogen geluid dat herinnert aan de eerste platen van Everything But The Girl. Het is een geluid dat fraai kleurt bij de nogal altijd bijzonder aangename vocalen van Tracey Thorn. Haar warme stem heeft nog altijd veel impact en zorgt vrijwel onmiddellijk voor een aangenaam gevoel. Het feit dat Tracey Thorn op Love And Its Opposite op nogal melancholische wijze naar het leven naar haarzelf en haar generatiegenoten (waar ik mezelf ook toe mag rekenen) kijkt, verandert hier niets aan. Love And Its Opposite is een buitengewoon stemmige plaat met mooie ingetogen popliedjes die Tracey Thorn op geheel eigen wijze tot leven brengt. Love And Its Opposite is hierdoor een plaat die je vrijwel onmiddellijk in je hart zult sluiten, maar je hoort eigenlijk pas hoe goed deze plaat is wanneer je hem eindeloos hebt gehoord en de betovering plaats heeft gemaakt voor nieuwsgierigheid naar de diepere betekenis van de songs op deze plaat. De meeste iconen uit de jaren 80 mogen zelfs niet meer denken aan een plaat die ook maar in de buurt komt van het werk uit hun hoogtijdagen. Tracey Thorn heeft daarentegen een plaat gemaakt die haar beste werk uiteindelijk misschien nog wel eens zou kunnen overtreffen. Het mag best een prestatie van formaat worden genoemd. Love And Its Opposite van Tracey Thorn is een plaat om eindeloos te koesteren. Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 20-05-2010
1-CD €18.84
Buy Details
GASLIGHT ANTHEM | american slang -digi-
De Amerikaanse band The Hold Steady slaagde er de afgelopen jaren een aantal malen in om het 70s geluid van Bruce Springsteen en zijn E-Street band op geïnspireerde wijze naar het heden te halen. Sinds een jaar of twee heeft de band uit New York er een geduchte concurrent bij. Het uit Springsteen’s eigen New Jersey afkomstige The Gaslight Anthem maakte immers twee jaar geleden met The ’59 Sound een plaat die geen moment onder deed voor de prachtplaten van The Hold Steady en liet bovendien horen dat het allemaal nog best wat rauwer en energieker kon. Het nu verschenen American Slang gaat in grote lijnen verder waar The ’59 Sound twee jaar geleden ophield, maar is toch een net wat andere plaat. De waardering van de critici, de fans en The Boss zelf (Springsteen stapte zelfs een aantal malen met de band op het podium) heeft The Gaslight Anthem goed gedaan. De band klinkt op American Slang een stuk zelfverzekerder dan op haar vorige plaat en is ook in muzikaal opzicht gegroeid. Ook op American Slang laat The Gaslight Anthem zich weer stevig beïnvloeden door het geluid dat Springsteen en zijn E-Street band halverwege de jaren 70 produceerden. American Slang staat vol met stevige en Spectoriaans overvloedig klinkende rockmuziek waarin allerlei invloeden (variërend van rock ’n roll en blues tot folk en soul) en een dosis energie om bang van te worden zijn verwerkt. Toch doet The Gaslight Anthem op American Slang geen poging om het 70s geluid van Springsteen nauwgezet te reproduceren. Waar Springsteen halverwege de jaren 70 nog geen weet had van de punk, heeft The Gaslight Anthem deze invloeden wel omarmd en op creatieve wijze verwerkt in haar muziek. American Slang klinkt hierdoor soms als Springsteen met zijn E-Street band, maar kan net zo makkelijk klinken als Springsteen die zich laat begeleiden door The Clash in haar hoogtijdagen. Bij beluistering van American Slang is de vergelijking met de laatste cd van The Hold Steady bijna onontkoombaar. Naast veel overeenkomsten zijn er echter ook wel verschillen tussen beide platen. Vergeleken met de muziek van The Hold Steady is American Slang net wat rauwer, al neemt The Gaslight Anthem op haar nieuwe plaat wat vaker gas terug dan op The ’59 Sound. De critici reageerden nogal lauw op de laatste plaat van The Hold Steady en ook American Slang kan tot dusver niet rekenen op uitsluitend positieve recensies. Ik vind het echter twee hele sterke platen die niet of nauwelijks onderdoen voor hun voorgangers. Kiezen tussen Heaven Is Whenever van The Hold Steady en American Slang van The Gaslight Anthem kan ik vooralsnog niet; beiden platen hebben sterke punten en beide platen bevatten een aantal songs die na een aantal luisterbeurten memorabel blijken te zijn. Heaven Is Whenever van The Hold Steady noemde ik een paar weken geleden een krent uit de pop, The Gaslight Anthem volgt nu moeiteloos met American Slang. Nu nog een nieuwe plaat van Springsteen met zijn E-Street band en een prachtige trilogie is voltooid. Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 14-06-2010
1-CD €16.99
Buy Details
YUILL, JAMES | a movement in a storm
In de begindagen van “de krenten uit de pop”, was ik behoorlijk onder de indruk van Turning Down Water For Air van de Britse muzikant James Yuill (zie: hier). Yuill maakte op deze plaat Nick Drake achtige folkmuziek die was voorzien van een flinke bak elektronica. Omdat we aan het begin van 2009 waren overvoerd met zogenaamde folktronica, viel het niet mee om op dat moment de handen op elkaar te krijgen voor een plaat in dit genre, maar James Yuill slaagde daar wat mij betreft wonderwel in met de eerste lenteplaat van het betreffende jaar (die overigens op dat moment al een jaar of twee op de plank lag). Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en is de lente van 2010 al weer bijna voorbij. Aan James Yuill daarom dit keer de opdracht om de zomer van 2010 nu eens eindelijk echt te laten beginnen. Ik moet zeggen dat Movement In A Storm daar uitstekend in slaagt. Net als Turning Down Water For Air is Movement In A Storm een plaat waarop traditioneel aandoende akoestische folkmuziek wordt gecombineerd met een modern elektronisch klankentapijt. Waar beide kampen op Yuill’s vorige plaat perfect in evenwicht waren, slaat de balans dit keer licht uit in de richting van de elektronische muziek, waardoor Movement In A Storm net iets lichtvoetiger en moderner klinkt dan zijn voorganger. Op Movement In A Storm klinkt James Yuill soms wat als het Franse Air, al zijn de invloeden uit het verleden (Nick Drake) en de invloeden uit de Britse folktronica (Tunng) zeker niet verdwenen. Net als zijn voorganger is ook Movement In A Storm weer een plaat die meedogenloos kan verleiden met dromerige popliedjes vol avontuur. James Yuill beschikt over een aangenaam loom stemgeluid waarbij het heerlijk wegdromen is, maar de speelse elektronische accenten houden je continu bij de les. Waar je bij de meeste folktronica platen die de afgelopen jaren zijn verschenen snel kunt concluderen dat ze niets toevoegen aan de platen uit de beginjaren van het genre, klinken de platen van James Yuill net iets anders, al kan ik nog altijd niet goed omschrijven wat er precies anders is. James Yuill maakt ook op Movement In A Storm weer muziek die iets met je doet. Muziek die de hersenen positief prikkelen en het hart aangenaam verwarmt. In eerste instantie vond ik Movement In A Storm door het net wat meer op elektronica gerichte geluid wat minder verleidend dan zijn voorganger, maar Movement In A Storm blijkt een groeiplaatje. Folktronica lijkt als genre misschien meer dood dan levend, maar de platen van James Yuill doen er nog steeds toe. Na Turning Down Water For Air is ook Movement In A Storm weer een folktronica plaat om in te lijsten en bovendien een plaat die de zomer van 2010 een stuk mooier maakt dan hij tot dusver is. Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 15-06-2010
1-CD €18.57
Buy Details
NEW PORNOGRAPHERS | together
De Canadese gelegenheidsband The New Pornographers behoorde lange tijd tot de lievelingen van de critici. De vier platen die de band tussen 2000 en 2007 uitbracht konden stuk voor stuk rekenen op buitengewoon lovende recensies en wat mij betreft viel daar weinig tot niets op af te dingen. Het vorige maand verschenen Together werd echter opeens betrekkelijk koeltjes ontvangen door de critici, waardoor ik de plaat bewust of onbewust ook wat langer heb laten liggen dan normaal het geval was bij nieuw werk van de Canadezen. Na beluistering van Together begrijp ik eerlijk gezegd niet zo veel van de relatief koele ontvangst van de vijfde plaat van de band uit Vancouver. Op Together is namelijk nauwelijks iets veranderd. Ook Together is weer een plaat met geweldig klinkende powerpop, die optimaal profiteert van de capaciteiten van de leden van de band. A.C. Newman heeft nog altijd patent op volstrekt onweerstaanbare popliedjes, Destroyer’s Dan Bejar is goed voor menige onverwachte wending en Neko Case zingt nog altijd de sterren van de hemel. Leden van Beirut, St. Vincent, The Dap Kings en Okkervil River zorgen dit keer voor de slagroom op een ook zonder toefje room fantastisch smakende taart. Net als de vorige platen van The New Pornographers laat ook Together zich weer beluisteren als een eigentijdse remake van Fleetwood Mac’s Rumours en zijn er raakvlakken met de muziek van onder andere Belle And Sebastian, The Beatles, The Cars en The Zombies. Hiernaast horen we gelukkig ook dit keer het typische New Pornographers geluid dat de muziek van de band zo onweerstaanbaar maakt. Als ik verschillen moet blootleggen tussen Together en de vorige platen van de band, valt op dat Together hier en daar net wat steviger is dan zijn voorgangers en dat de individuele hand van de verschillende kapiteins van dit schip wat minder duidelijk waarneembaar is, maar wat mij betreft spreekt dit alleen maar in het voordeel van Together en bovendien zijn de verschillen met de vorige platen van de band relatief klein. Kortom, ook Together is weer een New Pornographers plaat van het niveau dat we inmiddels van de band gewend zijn. Iedereen die de band al kent gaat vroeg of laat ook voor Together overstag, maar eigenlijk zou de band met deze plaat eens moeten doorbreken naar een veel groter publiek. The New Pornographers maken immers ook op Together weer Perfecte Power Pop met drie keer een hoofdletter P. Er zijn maar heel weinig bands die hen dat op dit niveau nadoen. Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 03-06-2010
1-CD €17.26
Buy Details
BAND OF HORSES | infinite arms
Met Everything All The Time (2006) en Cease To Begin (2007) maakte het uit Seatlle afkomstige Band Of Horses (op zich een project van Ben Bridwell, die inmiddels als enige is overgebleven van de line-up die in 2005 aan de start verscheen) tot dusver twee uitstekende platen op het roemruchte Sub Pop label. Het zijn platen die zich aan de ene kant lieten inspireren door de muziek van The Beach Boys, The Byrds en Neil Young (inclusief Crazy Horse), maar aan de andere kant ook raakten aan de eigenwijze Amerikaanse rockmuziek van de afgelopen twee decennia (variërend van bands als Built To Spill, Modest Mouse, The Shins en Pavement tot The Flaming Lips en vooral My Morning Jacket). Het leverde muziek op die zich liet typeren als eigenzinnige rockmuziek met een vleugje roots of juist rootsmuziek vol invloeden uit de eigenzinnige rockmuziek. Met name Cease To Begin haalde meerdere jaarlijstjes en sindsdien stond Band Of Horses dan ook in de belangstelling van vele platenmaatschappijen. Voor haar derde plaat heeft de band het sympathieke Sub Pop label verruild voor een major. Het is een stap die in het verleden vaak slecht uitpakte, maar Band Of Horses is op haar derde plaat Infinite Arms gelukkig grotendeels zichzelf gebleven. Dat betekent niet dat de band nog net zo klinkt als op de twee voorgangers, want dat is niet helemaal het geval. De invloeden uit de rootsmuziek zijn prominent aanwezig gebleven, maar de invloeden uit de indie rock hebben toch een stapje terug moeten doen ten gunste van invloeden uit de 70s soft-rock. Infinite Arms is een plaat met vooral zonnig klinkende popmuziek. Het is gelukkig geen plaat geworden waarvan er 13 in een dozijn gaan, maar een plaat die Fleet Foxes zo langzamerhand best had willen maken. Infinite Arms ligt erg lekker in het gehoor, maar klinkt met name door de invloeden uit de rootsmuziek nergens te lichtvoetig. Een deel van de invloeden uit het verleden is gebleven, want ook op Infinite Arms maakt Ben Bridwell geen geheim van zijn liefde voor The Beach Boys. Hier en daar klinkt hij echter ook nadrukkelijk als een opgewekte Gram Parsons; misschien wel de belangrijkste inspiratiebron voor Infinite Arms. Hoe vaker ik Infinite Arms hoor, hoe meer ik onder de indruk ben van de derde plaat van Band Of Horses. De band is er op haar derde plaat in geslaagd om een geluid neer te zetten dat door een groot publiek zal worden gewaardeerd, maar heeft hiervoor geen belangrijke concessies gedaan. Infinite Arms is een plaat die de zomer van 2010 aangenamer maakt voor hij goed en wel is begonnen, maar het is ook een plaat die tijdens natte herfstdagen of koude winteravonden nog volop geheimen prijs zal geven. Na Everything All The Time en met name Cease To Begin waren mijn verwachtingen met betrekking tot de derde plaat van Band Of Horses hoog gespannen, maar Infinite Arms maakt ze meer dan waar. Prachtig! Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 24-05-2010
1-CD €13.86
Buy Details
ANN, STEVIE | light up
Niet iedereen zal het met me eens zijn, maar als je het mij vraagt wordt er door Nederlandse muziekrecensenten nogal eens met twee maten gemeten, waardoor artiesten van eigen bodem er over het algemeen bekaaid af komen. Popmuziek van eigen bodem moet vechten tegen vooroordelen en kan in het gunstigste geval met het predicaat “on-Nederlands goed” aan de haal gaan. Voor een vrouwelijke singer-songwriter van eigen bodem betekent dit dat alleen een plaat van een ongelooflijk hoog niveau zal kunnen rekenen op een uiterst positieve beoordeling. Waar internationale concurrentes zich best door Joni Mitchell mogen laten beïnvloeden en mogen zingen over de kleine problemen des levens zal bij een Nederlandse vrouwelijke singer-songwriter al snel worden gesproken over epigonisme, een beperkte houdbaarheidsdatum of psychologie van de koude grond. Stevie Ann weet er vast alles van. Zowel op haar debuut Away From Here uit 2005 als op opvolger Closer To The Heart uit 2007 was best wel wat aan te merken, maar over de gehele linie ging het hier toch om platen waarvoor toonaangevende Amerikaanse en Britse vrouwelijke singer-songwriters zich niet zouden schamen. Beide platen moesten het bij de kritische Nederlandse muziekpers desondanks doen met gematigd positieve recensies en de nodige kritiek, terwijl de internationale concurrentie met aanmerkelijk minder goede platen wel mocht rekenen op jubelrecensies. Het enige dat Stevie Ann kan doen is een plaat maken van een ongelooflijk hoog niveau en dat heeft ze met Light Up gedaan. Door de overstap naar een grotere platenmaatschappij was er wat meer geld beschikbaar voor de derde plaat van Stevie Ann en dit geld is op zeer verstandige wijze besteed. Voor de productie werd immers een beroep gedaan op niemand minder dan sterproducer Mitchell Froom, die in het verleden werkte met onder andere Crowded House, Suzanne Vega, Sheryl Crow, Paul McCartney en Randy Newman. Dit blijkt een gouden greep. Mitchell Froom weet precies wat een singer-songrwiter als Stevie Ann nodig heeft en heeft er voor gezorgd dat ze dit ook heeft gekregen. Light Up klinkt prachtig, maar is nergens te opdringerig of voorzien van overbodige toeters en bellen. Zowel de instrumentatie als de productie passen uitstekend bij de ingetogen popliedjes van Stevie Ann en geven haar de ruimte om te excelleren. Light Up is dankzij invloeden uit de folk, country, soul, rock en pop een lekker afwisselende plaat. Stevie Ann is sinds Closer To The Heart een paar jaar ouder geworden en heeft wat levenslessen geleerd, hetgeen een positieve invloed heeft gehad op de kwaliteit van haar songs. Deze songs zijn nog altijd betrekkelijk sober en misschien wat lieflijk, maar ze missen hun impact niet. Het siert Stevie Ann dat ze op Light Up zichzelf is gebleven en niet heeft gekozen voor een eenvoudigere en snellere route richting het grote succes. Het levert een pure en eerlijke plaat op met popliedjes van hoge kwaliteit, indrukwekkende vocalen en een productie om in te lijsten. Hoogste tijd dus om als Nederlander heel erg trots te zijn op een talent als Stevie Ann en een plaat als Light Up. Nu maar zien welke internationale concurrent nog over de door Stevie Ann behoorlijk hoog neergelegde lat komt dit jaar. Het zullen er niet veel zijn. Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 23-05-2010
1-CD €16.99
Buy Details
AVI BUFFALO | avi buffalo
Ieder jaar is er wel een bandje dat er uit springt met een plaat waarvan je de zomer in je kop krijgt. Dit jaar lijkt het uit Long Beach, California, afkomstige Avi Buffalo de beste papieren in handen te hebben om uit te groeien tot dit bandje. Op haar titelloze debuut verloochent het jonge viertal dat bestaat uit twee mannen en twee vrouwen haar zonnige afkomst nergens en maakt het muziek die ergens tussen de zonnige popmuziek van The Shins en de wat meer roots georiënteerde muziek van Fleet Foxes in zit. Met The Shins en Fleet Foxes hebben we direct twee van de smaakmakers van de afgelopen jaren in handen en Avi Buffalo doet hier wat mij betreft niet voor onder. Het debuut van het jonge viertal staat vol met popliedjes waarvan de zon gaat schijnen, al is Avi Buffalo ook niet bang voor een paar donkere wolken of een stevige plensbui. Uit een ver verleden duiken vooral invloeden van Neil Young, Love en The Beach Boys op, maar Avi Buffalo schuwt ook het net wat experimentelere werk niet en sluit hiermee aan bij bands als Grizzly Bear, Beach House en vooral Danielson Famile. Over het algemeen domineren echter de zonnige en zich in de meeste gevallen langzaam voortslepende popliedjes die dicht tegen het werk van The Shins aanschurken. De leden van Avi Buffalo moeten de 20 allemaal nog passeren, maar klinken op hun debuut opvallend volwassen. Met name het bij vlagen epische gitaarwerk op het debuut van Avi Buffalo verdient een pluim, maar ook de opvallende vocalen en het goede gevoel voor lekker in het gehoor liggende popliedjes verdienen een mooi rapportcijfer. Het debuut van Avi Buffalo blijkt bovendien een plaat met een dubbele bodem. De op het eerste gehoor soms zelfs bijna gezapige popliedjes van de Amerikanen blijken keer op keer voorzien van eigenzinnige en meer dan eens betoverende muzikale wendingen, waarvan met name de sterk vertegenwoordigde vleugjes psychedelica en West-Coast pop hun uitwerking niet missen. Hierdoor groeit een op het eerste gehoor aangename zomerplaat al snel uit tot een bescheiden meesterwerk en het debuut van Avi Buffalo is voorlopig nog niet uitgegroeid. Ieder jaar verdient een debuut van een band waarover we voorlopig nog niet zijn uitgepraat. Voor 2010 kunnen we stoppen met zoeken: Avi Buffalo is de naam. Erwin Zijleman
schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 17-05-2010
1-CD €15.90
Buy Details
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 Volgende 10 >
Letwel: dit is slechts een kleine selectie van het totale assortiment dat we aanbieden.
Niet gevonden wat je zocht? probeer dan eens
uitgebreid te zoeken.

 
 
 
coral
butterfly house
1-CD €18.57
Buy Details

roots
how i got over
1-CD €18.91
Buy Details

tired pony
place we ran from
1-CD €18.57
Buy Details

allo darlin
allo darlin
1-CD €16.59
Buy Details

© 2003-2009 VelvetMusic.nl   Alle Rechten Voorbehouden